Nieuws

Risicomanagement voor de bühne

Het gangbare risicomanagement in de bouwwereld levert nauwelijks iets op, betoogt Martin van Staveren. Tijd om er afscheid van te nemen?

door Ysbrand Visser

Martin van Staveren noemt zichzelf nota bene een exponent van het ontwikkelen van het risicomanagement in de bouw. Twintig jaar lang boog hij zich bij projecten van diverse aannemers en bureaus over de ondergrond. Tijdens een MBA opleiding stuitte hij rond het jaar 2000 bij toeval op risicomanagement in de financiële wereld. Dát moeten we met de ondergrond ook gaan doen bij GeoDelft (nu Deltares), dacht Van Staveren destijds.

Enorme vlucht

In die periode was net de RISMAN-methode (oorspronkelijk: risicoanalyse en -management voor projecten) in opkomst. Van Staveren vertaalde die systematiek naar de omgang met risico’s vanuit de ondergrond in infrastructuurprojecten. Sinds die tijd nam dit vakgebied in de bouw een enorme vlucht.


“Een heel grote vlucht zelfs,” aldus Van Staveren. “Een partij als Rijkswaterstaat eist nu bij grote inschrijvingen vaak van de aannemer dat die al in de inschrijvingsfase een risicobeheersplan opstelt. Het is soms zelfs zo belangrijk dat het plan een criterium wordt om zelfs maar een prijs te kunnen maken voor zo’n werk.”

Oude gedrag

“Dat is de positieve kant van het verhaal. De introductie van risicomanagement heeft echter ook een enorme berg papier gecreëerd. Volgens velen, en daar ben ik het grotendeels mee eens, is het intussen vooral een exercitie voor de bühne geworden. Op het moment dat het in projecten echt spannend wordt, gaan we weer in ons oude gedrag zitten. Dan worden de risico’s over de schutting naar de andere partij gegooid.”


“Verder zie je ook nog steeds dat risico’s niet tijdig zichtbaar worden gemaakt, of men is bang een werk niet te krijgen en zegt in de aanbesteding maar even niets over de onzekerheden. Dat alles draagt niet bij aan de openheid die van beide kanten nodig is voor het kosteneffectief omgaan met risico’s.”

Papieren tijger

Inmiddels adviseert Van Staveren, die op het Bouwgenootschap Congres (‘Gamechangers’, 4 december) over dit onderwerp een keynote houdt, al een jaar of tien bedrijven en organisaties bij het effectiever omgaan met onzekerheden, risico’s én kansen. Het gaat dan bijvoorbeeld over het stellen van de juiste vragen tijdens aanbestedingen en in de uitvoeringsfase.


Zijn voornaamste doel daarbij: risicomanagement niet laten verworden tot een papieren tijger en er écht wat aan gaan hebben. Daarnaast is hij onder andere kerndocent Risicomanagement binnen enkele Executive Masteropleidingen van de Universiteit Twente.


Intussen leven we wel in een steeds complexere wereld en wordt een bouwproject alleen maar ingewikkelder. “Zeker in een dichtbevolkt land als Nederland, met weinig ruimte en met heel diverse stakeholders. Daar zitten ook vaak mensen bij die jouw bouwproject helemaal niet zien zitten. Alle risico’s minimaliseren lukt in die complexe wereld gewoon niet meer.”

Spiegel

“Opdrachtgevers en opdrachtnemers moeten veel realistischer gaan kijken naar wat ze beide precies weten en allebei wel of niet in de hand hebben. Van de ondergrond kun je met boringen, sonderingen en metingen heel veel te weten komen. Je weet het echter nooit precies. Kijk elkaar dan recht in de ogen en kijk ook naar jezelf in de spiegel. Onderscheid daarbij scherp wat je wel en wat je niet zeker weet.”


“Je krijgt bijvoorbeeld te maken met de ‘onvermijdelijke variatie’ van de ondergrond. En met allerlei andere zaken die beide partijen gewoon nog niet weten en pas tijdens de rit ervaren. Dan komt het erop aan om met elkaar daarover goede afspraken te maken en anderzijds ook onderling vertrouwen te ontwikkelen. Zodat je er als partijen met verschillende belangen naar redelijkheid en billijkheid toch uitkomt. Dus volgens deze algemeen aanvaarde rechtsbeginselen, maar zonder de rechtbank.”

Redelijk marge

“De kunst is dat opdrachtgevers en opdrachtnemers niet kijken naar hun grootste verschillen, maar leren kijken naar de gezamenlijke belangen. Het gaat juist fout als een partij een onevenredig groot aandeel als winst wil behalen, wat dan ten koste gaat van de ander. In een ideale wereld gunt de opdrachtgever de opdrachtnemer een redelijke marge.”


“Op zijn beurt realiseert de opdrachtnemer zich dat de opdrachtgever zich vaak publiekelijk moet verantwoorden en daarom niet meer dan een redelijke marge kan weggeven. Vaak is de onredelijkheid dominant en dat zorgt dan voor allerlei clashes. Dan lijkt het o zo aantrekkelijk om alle risico’s maar bij die andere partij neer te leggen.”

Einddatum

Inmiddels heeft de ervaring Van Staveren geleerd dat het klassieke risicomanagement tegen de einddatum aanloopt. Veel positieve casussen zijn er niet over te vinden en ondertussen blijven vermijdbare faalkosten consequent stukken hoger dan de winstmarges. Wat hebben die risicomanagers dan allemaal zitten doen?


Van Staveren heeft enkele verklaringen vanuit de praktijk: “Ze heten weliswaar manager, maar zijn meer adviseur. De uiteindelijke verantwoordelijkheid over het ontwerp of de uitvoering hebben ze immers niet. Bovendien gaat het vaak op twee cruciale momenten mis.”


“Zo worden de risico’s nogal eens geïnventariseerd zonder eerst de te bereiken doelen vast te stellen. De risico’s hebben dan geen enkele relatie met de projectdoelen of -eisen en worden zo al snel als minder relevant beschouwd.”


“Een tweede veelvoorkomende fout is het wel beschrijven van maatregelen om risico’s te beheersen en ze vervolgens niet uit te voeren. Dergelijke maatregelen worden dan niet geborgd in de bestaande werkprocessen. Zo stonden bij het ongeval met de omgevallen kranen in Alphen aan de Rijn de risico’s al voor de aanbesteding expliciet op papier. Vervolgens waren de risicobeheersmaatregelen wel benoemd, maar daar was het bij gebleven.”

Risicoleiderschap

Van Staveren pleit dus voor een nieuw soort risicomanagement en noemt dat risicogestuurd werken met risicoleiderschap. Omgaan met onzekerheden, risico’s én kansen wordt dan ingebed in wat er al gedaan wordt aan processen en activiteiten. Het komt daarmee veel meer bij de mensen zelf te liggen, in plaats van in papieren structuren of bij risicomanagers die langs de zijlijn acteren.


Ondertussen wil de minister dat er op de bouwplaats een veiligheidsbaas komt. Een goed idee? “Het is misschien een aantrekkelijke gedachte, maar met die aparte functie erbij gaan mensen juist vaker denken: ‘Daar hebben we toch die veiligheidsbaas voor’. Zo schieten we nog verder door. We moeten oppassen dat we de verantwoordelijkheid voor risico’s niet blijven weghalen, daar waar ze horen te liggen: vooral bij de mensen zelf.”


Over het verschuiven van risicomanagement naar risicogestuurd werken, en vooral over risicoleiderschap in de praktijk houdt Martin van Staveren een keynote tijdens het eerste Bouwgenootschap Congres op 4 december in Putten
 


Risico-expert dr. ir. Martin van Staveren MBA staat voor anders omgaan met risico’s. Vanuit risicobureau VSRM adviseert hij bedrijven en publieke organisaties binnen én buiten de bouw en infra. Ook is hij kerndocent aan de Executive Masteropleiding Risicomanagement, Universiteit Twente, en auteur van de boeken Risicogestuurd Werken en Risicoleiderschap.

Deel dit artikel