Blog

Over Indiase boeren en de Nederlandse Bouwagenda

Mijn studiekeuze was in 1992 totaal niet gebaseerd op verstand. Als puber zag ik de film Max Havelaar en naast een dode tijger herinner ik me vooral de terrasakkers, die de glooiing van de Indische bergen volgen. Dit sprookjesachtige decor maakte zoveel indruk op me, dat ik ging studeren in Wageningen: Tropische Cultuurtechniek. Tijdens die studie leerde ik een belangrijke les: het gaat niet alleen om technische kennis, de interactie tussen mensen is net zo belangrijk voor succes.

Na drie jaar studeren vertrok ik naar het Indiase platteland met als afstudeeropdracht: onderzoek waarom één dorp relatief welvarend is, terwijl een ander dorp in armoede leeft. Beide dorpen hadden vergelijkbare rechten op irrigatiewater, de belangrijkste hulpbron. Maar in dat eerste dorp was de infrastructuur (irrigatiekanalen en kunstwerken) in topconditie en was de gewasopbrengst hoog. Terwijl de infrastructuur in dat tweede dorp slecht was, met lage opbrengsten en dus armoede als gevolg. De traditionele reflex van de ingenieur zou geweest zijn: verbeter de infrastructuur in dat tweede dorp en hoppa, probleem opgelost! Maar mijn afstudeerbegeleider vroeg mij expliciet om naar de oorzaak op zoek te gaan, niet naar de oplossing.

 

Irrigatiekanaal

Duidelijk verschil in de conditie van de irrigatiekanalen in het arme dorp (links) en het rijke dorp (rechts)

De factor mens

De oorzaak voor het verschil lag vooral in niet-technische factoren. In het rijke dorp stuurde men regelmatig ‘lobbyisten’ naar de provincie hoofdstad om te praten met ambtenaren die verantwoordelijk waren voor het irrigatiesysteem. In het arme dorp kwamen boeren nauwelijks verder dan de dorpsgrens. Het rijke dorp was ontstaan vanuit een paar grote families met sterke leiders en onderlinge verbanden. In het arme dorp waren de familiebanden veel meer versnipperd. En in het rijke dorp regelde men het onderhoud van de infrastructuur en de verdeling van water collectief, via een coöperatie. In het arme dorp werkte ieder voor zich en was er veel meer strijd over de verdeling van water.

 

 links arm, rechts rijk

Het rijke dorp rechts kende een goede infrastructuur, het arme dorp links niet

 

Die voorsprong van het rijke dorp hield zich zelf in stand. De ‘goede samenwerking’ zorgde voor een nette, functionele infrastructuur, daardoor hoge opbrengsten en dus relatieve welvaart. En die welvaart werd weer deels geïnvesteerd in onderhoud van de infrastructuur, waardoor minder water verloren ging en er meer water over bleef voor iedereen.

De Bouwagenda en Marktvisie

Ik moest aan mijn onderzoek in India denken bij het lezen van de Nederlandse Bouwagenda. Daarin wordt de rol van de bouwsector op knappe wijze verbonden aan de grote maatschappelijke uitdagingen waar we voor staan. Bij de vertaling daarvan naar ambities wordt onder meer productiviteitsgroei genoemd, bijna als doel op zich. Die groei blijft namelijk al 20 jaar achter bij andere sectoren en dus is de logische reactie: die moeten we verhogen! Innovatie is dan het toverwoord, zo ook in de Bouwagenda. En ik dacht meteen: bedoeld men technische innovatie? En is dat voldoende of komt er meer bij kijken?

 

Maar gelukkig, het verband tussen productiviteitgroei en het fenomeen ‘samenwerken’ krijgt ook ruim aandacht in de Bouwagenda. Vrij vertaald: verhogen van die productiviteit is complex, omdat de huidige verhoudingen tussen opdrachtgevers en -nemers in de bouwketen vernieuwing in de weg staan. Er is nog steeds veel wantrouwen en concurrentie op prijs, wat leidt tot juridisering van contractvormen, weinig innovatie en beperkte samenwerking.

 

Verderop roept De Bouwagenda in dit verband natuurlijk op tot verdere implementatie van de Marktvisie. Ook daar wordt het werken vanuit gedeeld perspectief door opdrachtgevers en -nemers benoemd als gamechanger voor het realiseren van grote maatschappelijke opgaven. En, zo valt te lezen: ‘Daar hoort ander gedrag bij, gericht op samenwerking en gebaseerd op wederzijds vertrouwen.’ Velen van u wisten dat natuurlijk al en werken al jaren aan draagvlak voor dit besef. De volgende uitdaging is om dit besef nu te vertalen naar de praktijk.

 

Kortom, er lijkt weer meer balans te komen in de aandacht voor de techniek en de bijbehorende interactie tussen personen en partijen in de bouwsector. Het is die balans die centraal staat binnen de community van het Bouwgenootschap. En het is die balans die altijd gezocht en gevonden is bij de inrichting van Nederland, ook al kostte dat soms veel polderen en schipperen.

Deel dit artikel